
MIG/MAG lasapparaat afstellen voor stabiele boog
Het correct MIG/MAG lasapparaat afstellen is bepalend voor de kwaliteit van je lasverbinding. De balans tussen draadsnelheid en spanning bepaalt de boogstabiliteit. Een verkeerde instelling leidt tot spatten, een onrustig smeltbad of onvoldoende inbranding. In productieomgevingen moeten instellingen, volgens ISO 15614, consistent blijven om lasprocedures te waarborgen.
Bij staal van 6 mm met een 1,0 mm draad werk je vaak tussen 180 en 220 ampère en een spanning van 22 tot 26 volt. Deze combinatie zorgt voor een stabiele sproeiboog en goede doorlassing. De gasflow ligt hierbij gemiddeld tussen de 12 en 18 liter per minuut, afhankelijk van de omgeving en toortspositie. Een te lage flow veroorzaakt porositeit, terwijl een te hoge flow juist turbulentie in het smeltbad geeft.

